Muziektip 57

Vandaag is het zo ver. Ik treed weer lekker op voor een paar 100 man. Deze keer niet alleen, met 2 maar een groep van 50 man. We spelen onder andere Hymn to the sun – with the beat of the Mother Earth van Satoshi Yagisawa. Het is, vind ik persoonlijk, een erg mooi stuk. Dit concert wordt alweer speciaal voor mij. Want het zal misschien de laatste keer zijn dat ik meespeel. Binnenkort ben ik immers afgestuurd…en verlies ik mijn gehuurde cello. En natuurlijk heb ik nog geen andere op het zicht ! Dus mocht u er één thuis op overschot hebben liggen….

Bij deze bent u nog van harte uitgenodigd. Ik trakteer als u mij kan vinden :-)
Afspraak 19.30 in een klein parochiehuisje.

Ah ja, ons belangrijkste werk is Poéme Montagnard van de Belgische componist Jan Van der Roost. Aartsmoeilijk, maar wel super mooi.

Ze hebben mij zo gemaakt

Toen ik ongeveer 7 jaar geleden mijn eerste stappen in de professionele wereld zette, was ik nog naief, jong maar vooral enorm gemotiveerd. Werken, dat was pas het echte leven. Zo werd het toch voorgesteld. Je kon pas als volwassene beschouwd worden als je een job had. En dus deed ik al het mogelijk om zo snel mogelijk een job te vinden. Die vond ik vrij snel en zo belande ik van het ene moment van de schoolbanken in de professionele wereld.

Ik werkte een hele tijd in een kantoor. Dat leek mijn droomjob, maar al vrij snel bleek dat ik dat leven niet aankon. Het leven in een kantoor is hectisch. De klant is koning. Altijd. Zelfs al heeft hij niet gelijk. De ganse dag leefde ik in stress in de hoop dat ik die avond geen kasverschil zou hebben. Als ik dat wel had, moest ik zoeken tot ik het vond… Uiteindelijk was het de druppel van het commercieel gedeelte die de emmer deed overlopen.

Ik besloot wijselijk voor mezelf dat ik in die job nooit echt gelukkig zou worden en vroeg mijn overplaatsing naar Brussel. Voor ik het wel en goed wist, zat ik op het tiende verdieping in het centrum van Brussel. Ik herinner mijn eerste dag nog goed. Ik was enorm zenuwachtig en kreeg uitleg van één of andere Vincent. Terwijl hij de uitleg aan mij deed, dwaalde mijn gedachten af: “wat doe ik hier in godsnaam toch?”, vroeg ik  mezelf af. Uiteindelijk bleek zijn uitleg complexer dan de jobinhoud. Die was perfect uitvoerbaar. Maar al wat er rond kwam kijken, heeft mij de ogen doen opengaan. “We zullen elkaar binnen enkele jaren opnieuw eens spreken”, had een zekere Serge mij gezegd. “Je blijft niet zo gemotiveerd”. Ik begreep toen niet wat hij mij duidelijk wou maken, maar nu wel. “Later zul je nog wel aan ons denken”, voegde hij er nog aan toe.

Ik begreep het allemaal toen niet direct, maar na verloop van tijd begon ik meer mensen te zien die niet werkten dan wel werkten. Een eenzame telefoon een paar meter verder rinkelde de god ganse dag. “Waarom neemt niemand die ooit op?”, vroeg ik op een dag. “Daar zit niemand. Die persoon werkt er niet meer en is nooit vervangen geworden”. “So, waarom neemt er niemand anders op?”. Buiten een schouderophef heb ik nooit gekregen. En hoe langer ik er werkte, hoe duidelijker alles werd. Complotten, mensen die uitgesloten werden,  vriendjespolitiek, de strevers, affaires,…. Ik heb het (bijna) allemaal gezien op enkele maanden tijd.

Ondertussen, na 7 jaar professionele ervaring, is de enorme gedrevenheid die ik toen had, als sneeuw voor de zon verdwenen(*). Mensen zien die niet werken, motiveert gewoon niet. Waarom zou jij wel hard werken als de rest niets doet? Waarom hard werken als bijna iedereen gewoon het idee geeft hard te werken?

Ik kan er niets aan doen.
Ze hebben mij zo gemaakt.

(*) Ik ben nog steeds gemotiveerd in mijn huidige job. Enkel de naïve gedrevenheid is verdwenen.

Godin van het ongeboren kind

De tranen rollen over mijn gezicht wanneer ik voor de 2 keer deze maand een geboortekaartje in de bus ontvang. Niet van blijdschap maar van verdriet. Ik zal immers nooit mama worden. Dat is iets wat weinig mensen weten, maar het is zo. Het is moeilijk. Geboortebezoeken sla ik bijgevolg ook vriendelijk af. Geld storten doe ik wel, maar meestal pas weken erna. Want die geboortekaartjes verdwijnen zo snel mogelijk uit mijn gezichtsveld. Ik wil er niet aan herinnerd worden, maar het het is verdomd moeilijk om er niet elke keer aan herinnerd te worden. Overal zie je kinderen. Elke dag. Maar kleine kinderen, dat is nog het moeilijkst van al. Het kindje dat naast ons woont, dat ondertussen de mooie leeftijd van 2 jaar heeft bereikt, komt geregeld over de haag piepen. “Alimonia”, roept hij dan schattig. Mijn hart breekt elke keer en ik kan nog net mijn tranen bedwingen. “Pakken pakken”, roept hij dan. Dat doe ik dan terwijl ik met hem in onze tuin wandel. Daar hebben we enkele pluche diertjes verstopt die hij dan graag wilt komen bezoeken.

Ik smelt elke keer ik hem zie. Onlangs lag hij nog in mijn armen terwijl ik hem eens de papfles mocht geven. Vandaag loopt hij vrolijk rond in onze tuin. Morgen komt hij waarschijnlijk zijn Sinterklaarbrief opzeggen en overmorgen toont hij zijn vriendin.

Al heel mijn leven schreeuw ik van de daken dat ik geen moeder wil worden. Dat is een leugen. Ik kan geen mama worden. Dat is iets helemaal anders. We zijn geprogrammeerd om mama te worden. Elke vrouw komt op één of andere manier zijn moederinstinct tegen, daar ben ik vast van overtuigd.

Ik kom het de laatste tijd vaak tegen. En dat is moeilijk. Ik heb al vele tranen gelaten in de trein, op de bus,…telkens een kind mij lieflijk aankijkt. Alsof ze zien wat mijn probleem. Alsof ze mij willen troosten. Maar dat kunnen ze niet. Ze kunnen mij enkel doen lachen en eventjes mijn zorgen doen vergeten. Niemand begrijpt mijn verdriet en ik kan er al zeker met niemand over praten.

Mijn mama heeft ondertussen ook begrepen dat ze nooit oma zal worden. Ik zal er niet voor zorgen en mijn broer al evenmin. Die heeft het de druk met de wereldreiziger uit te hangen in plaats van zich te settelen voor een gezin. Ik zie haar verdriet in haar ogen en dat doet mij pijn.

Maar ik troost mij met de gedachte dat ik online Alimonia ben, de godin van het ongeboren kind. Geen toeval dat ik voor deze naam koos.

Hoge Venen – verslag

Ik ben nu al een paar dagen terug uit een welverdiend weekje verlof. Maar het was ook nodig want de laatste tijd liep ik prikkelbaarder rond als anders. De jaarlijkse evaluatie zat daar voor een stukje tussen maar ook de werkdruk van de afgelopen maanden. En dus besloot ik een vakantie te boeken. Eerlijkshalve moet ik bekennen dat ik veel te laat uit mijn winterslaap was ontwaakt om een reis naar één van de warme landen te regelen. En dus werd het last minute maar de Hoge Venen. Als klein meisje heb ik daar letterlijk en figuurlijk mijn broek versleten. Op een slee wel te verstaan. Maar ook langlaufen heb ik daar gedaan. Maar echt gewandeld zoals ik nu gedaan heb? Nee toch niét.

Maar het is een aanbeveling. Toch een week voor de paasvakantie als er niemand in de verte verte te zien is. Heerlijk. Van niemand last. Zeker niet van mensen die in mijn beeld zouden kunnen lopen. Want zo zijn we wel weer. Altijd in de aanslag met de fotocamera. Ook al zit het weer tegen.

Qua weer wisten we echter op voorhand dat het geen zon-vakantie zou worden. Integendeel. We kregen regen, hagel, (véél) wind, sneeuw en een heel klein beetje zon ! De foto’s die u hieronder kan bewonderen, geven u hiervan een idee. Maar toch. Op foto’s kan je de kou, wind,… niet weergeven. Noch de schoonheid van de Waalse Ardennen en zeker niet de moeilijkheidsgraad van de wandelingen.

Want dat waren ze toch wel. Zeker voor een onervaren stapper als ik. Gekleed was ik er maar half op. Had mijn goede broek mee (maar die is zo lekker warm !) en botten. Op zich stapt dat lekker in de modder maar daar houdt het dan ook op. De weinige wandelaars die we dan tegenkwamen hadden wandelschoenen aan. Of course ! Met botten heb je totaal geen grip.

Één keer heb ik voor mijn leven gevreesd. Toen we ergens in Robertville verdwaald geraakte en op zoek waren naar het zo genaamde “junglepad” en ineens een enorm smal dalend stuk pad op onze weg tegenkwamen. “Dit moet het zijn”, dachten we aangezien we al een uur op éénzelfde plaats rondliepen. En dus gingen we langs daar naar beneden. Met handen, voeten, stokken en ons achterwerk geraakte we beneden…. Tot we een uur later besefte: “neen dit was het toch niet” en weer langs die smalle weg omhoog moesten. Ja ik was bang, want ik heb het zo niet voor hoogtes en al zeker niet van smalle wegjes. Maar u ziet, ik heb het overleefd. Uiteindelijk waren het de wilde reetjes die ons met de voeten op de grond brachten (die hadden precies nog nooit mensen gezien). “We zijn serieus verdwaald en we moeten hier zo snel mogelijk zien uit te geraken”, was wat we plots dachten. En dat lukte wel. Langs éen of andere grote baan.

‘s avonds laat kropen we dan weer heerlijk in de sauna van ons hotel. Helemaal voor ons alleen. Een mens moet niet veel meer hebben, toch? We waren nu terug opgeknapt voor de rest van de wandelingen !

Over het hotel heb ik niets dan lof. We hadden een heerlijk gezellig hotelletje slash b&b waar ze ons nog net niet aanspraken met onze voornaam. Het is eens wat anders. Echter bij het ontbijt hou je u de eerste dagen wat in aangezien de mensen u met arendsogen in de gate houden, maar dat gevoel verandert snel in een foert-mentaliteit. We hebben hier toch voor betaald, niet? En als ik het niet opeet, dan wel iemand anders.

Er gebeurde wel iets grappigs. Ik ben niet de meest ordelijke persoon, dat geef ik toe. Maar in mijn wanorde vind ik wel alles vrij snel terug. Onze verbazing was dan ook groot als we van één van onze wandeling terugkwamen en heel onze kamer gereorganiseerd was. Mijn rugzak hing ineens aan een kapstok, de schoenen stonden op de mat, onder onze waterfles stond ineens een bierkaartje, de tandenborstels bevonden zich in een potje,…. Nu, we konden er hartelijk om lachen, maar het was toch vreemd. Ofwel was er echt enorme wanorde oftewel had de kuisvrouw te veel tijd….De laatste dag hebben we wel het spelletje meegespeeld en hebben we vele dingen op een andere plaats gezet. Bij terugkomst stond alles nog zoals voorheen. Zo jammer !

Ik raad het iederéén eens aan. Een weekje Hoge Venen. Of iets anders. Als je maar kan wandelen en er geen mens tegenkomt.

Hoogtes en laagtes

Ik heb net een paar dieptes beleefd en ben letterlijk en figuurlijk klaar voor de hoogtes. Want volgende week zit ik in de Hoge Venen ! Ik beloof u plechtig dat ik mooie foto’s zal maken, maar ik beloof u nog meer dat ik plezier zal hebben terwijl er aan mijn conditie gewerkt zal worden.