Quote van de dag

Liefde is als water. Het is overal maar je kan het nooit lang in je handen vasthouden.

Advertenties

De bre(a)(u)k

“Heb je een ander?” vroeg ik hem op een onverwachts moment toen we in bed lagen. Met verbaasde ogen keek hij mij aan: “euh?”, reageerde hij. “Je hebt me wel verstaan”, zei ik met iets luidere stem. “Of je een ander hebt?”, vroeg ik hem nogmaals. “Neen. Waarom denk je dat?”. “We vrijen al 3 weken niet meer” antwoordde ik hem. “Ik weet het”, zei hij. “Vind je dat erg?”. “Ja” antwoordde ik hem. “Hou je nog wel van mij?”, vroeg ik hem vrij direct. Een stilte overheerste.

“Niet dus”, fluisterde ik zachtjes terwijl ik mij met mijn rug naar hem omdraaide. En toen veerde hij recht. “Alimonia, kijk me aan. Ik vind je een geweldige vrouw. Je bent mooi. Lief. Schattig. Eerlijk. Creatief. Gek. Geniaal. Speciaal. Je bent alles wat ik zoek in een vrouw, maar…”. “Maar wat?” voegde ik er aan toe. “Ik weet het niet”, zei hij. “Ik voel me vreemd. De laatste tijd voel ik mij anders”, zuchtte hij. “Zou je het erg vinden als we even een break inlassen?”, vroeg hij mij.

Wat kon ik anders dan “neen”, zeggen? Hoewel ik wist dat mijn antwoord het definitieve punt achter onze relatie zou zijn, zei ik het toch. “Neen, neem al de tijd maar voor jezelf”, fluisterde ik. “Ik hou van jou”, zei hij mij terwijl hij mij een zoen op mijn wang gaf. Ik zei niets. Op dat moment was ik hem al lang kwijt.

Toen hij verdween, rolden de tranen over mijn gezicht. Ik wist dat hij niet meer zou terugkomen. Als vrouwen twijfelen, is dat normaal. Maar als een man twijfelt is er een reden. Jammer genoeg zou ik die reden een paar dagen later al te weten komen. Het was heel toevallig dat ik hem in het centrum zag rondwandelen. Met een andere vrouw. Ze was mooi. Mooier dan mij. Ze leek me lief. Liever dan mij. Ze leek me grappig. Grappiger dan mij. In alle opzichten leek ze beter. Mijn hart brak een tweede maal. Waarom had hij mij niet gewoon de waarheid kunnen vertellen? Waarom moeten mannen altijd kunnen liegen?

Niet veel later kwamen we elkaar weer onverwacht tegen. “Hoe gaat het met je?” vroeg hij mij. “Goed”, antwoordde ik hem. Het was tegenwoordig een standaard antwoord geworden in mijn leven. Tegen niemand had ik over mijn verdriet verteld. Wat zouden ze er immers van kunnen begrijpen? Verdriet is één van de enigste emoties die je met niemand kan of wil delen. En dus zei ik tegen hem hetzelfde. “Goed goed. Volop bezig. Het werk. Nieuwe stukken voor de cello”. “En met jou?”, vroeg ik hem. “Zeer goed” antwoordde hij mij. Een kleine glimlach verscheen op mijn gezicht terwijl ik mijn tranen probeerde te onderdrukken. “Dat is fijn”, zei ik. We zetten ons gesprek verder terwijl we deden alsof er niets gebeurd was. “Aléé, tot de volgende”, zei hij terwijl hij nog naar mij zwaaide. Ik knikte en ging naar huis.

Thuis barstte ik in tranen uit.

Ik was hem kwijt.

Hij verliet mijn bed. Mijn leven.
Maar niet mijn hart.

Spin II

Ik had haar moeten vermoorden toen ik er de kans toe had. De lelijke dikke vieze spin. Maar ik was – en ben nog steeds –  een dierenvriend en dus liet ik haar in leven. Ik had trouwens ook nooit kunnen denken dat ze effectief haar gif in hem zou spuiten. Ik had er te veel vertrouwen in. Ik was naïef en zag het niet aankomen dat de draden die ze aan het spinnen was niet voor hem, maar voor mij bedoeld waren. Ze heeft me vastgebonden en ik kan nu enkel en alleen maar zwijgzaam toezien. Ik had haar moeten doden, maar nu is het te laat. Hij is vergiftigd en ik kan er niets meer aan doen. Niet zolang hij mij niet toelaat zijn gif uit zijn lichaam te zuigen. De enigste oplossing is dat ik hem eerst beter moet leren kennen want ik kan niet zomaar – zonder enige uitleg – beginnen te zuigen. En dus moet ik geduld hebben. Veel geduld. En dat heb ik voorlopig niet (meer).

Ik weet niet hoe lang het nog zal duren voor ze – door het gif – hem volledig in zijn macht zal hebben, maar ik heb er – eerlijk gezegd – geen goed oog op.

En dus heb ik nu een extra reden om mij te haasten om hem beter te leren kennen.
Ik moet hem redden voor hij sterft van het gif
in de draden van haar netten.

Mooie praatjes

Het moet ondertussen bijna zo’n 3 jaar geleden zijn dat ik hem tegenkwam op een fototentoonstelling. Helemaal onverwacht want we hadden niets afgesproken. Na weken onschuldig te flirten via internet stond hij ineens voor mij. Levensecht.

Hoewel ik van plan was naar een festival te gaan met 2 vriendinnen, besloot hij daar een stokje voor te steken. “Kunnen we elkaar niet even onder 4 ogen zien?”. “Natuurlijk” zei ik hem zonder een goedkeurende blik van mijn vriendinnen te krijgen.

Ik nam afscheid van mijn vriendinnen (voor altijd want ze hebben mij het nooit vergeven) en ging met hem mee. We namen wat afstand van het festival en zochten ons een rustige plaats uit. Uiteindelijk verloor ik de tijd uit het oog en belden mijn vriendinnen mij een paar uur later op. Of ik nog afkwam, vroegen ze. “Oei is het al zo laat” merkte ik op. “Ik kom direct” zei ik. Maar toen ik na een half uur nog niet ten tonele was verschenen, besloten ze wijselijk naar huis te trekken. Zonder mij want ik had nog geen zin.

Na uren te praten met hem, vertrouwde hij mij toe dat hij zich nog nooit zo gevoeld had. Zo gelukkig. Zo verliefd. Zo volmaakt. Compleet. Ik lachte terwijl hij het zei. “Het zal wel” snauwde ik hem toe. “Ik geloof je niet, maar ik ben blij voor je” zei ik hem. Uiteindelijk namen we afscheid. Dat het voorgoed zou zijn, wist ik op dat moment nog niet.

Hij wou tijd om alles op een rijtje te zetten, en dat gaf ik hem. Dat hij van mijn tijd misbruik maakte, had ik helemaal niet door. Na weken wachten (ik ben geduldig) kreeg ik een bericht van een vriend van hem. Dat ik moest weten dat hij met een ander vrouw ondertussen afspraakjes had. Vriendelijk bedankte ik de vriend. Na dagen wachten (en denken) besloot ik hem een boze mail te sturen.

Buiten 1000den excuses (en zelfs dat was niet voldoende !) kreeg ik ook nog eens de melding dat ik hem niet verdiende. Dat ik veel beter verdiende. Ik lachte al was het deze keer minder overtuigend.

Sindsdien heb ik geen geloof meer in de liefde. Noch in verliefdheid.

Jullie mannen mogen alles zeggen wat je wilt.

Ik geloof er niets meer van.

Niets.

Obsessie versus verliefdheid

Geloof me vrij als ik zeg dat een obsessie voor iemand te hebben veel erger is dan er gewoon verliefd op te zijn. En ik kan het weten want ik spreek uit ervaring. Ik ben al welgeteld 2 jaar geobsedeerd door iemand van op het werk. Sinds ik er werk, vielen mijn ogen op hem. Hij was knap. Ontzettend knap. En hij trok mij aan. Eenmaal hij in mijn ogen had gekeken, was ik verkocht. Ik was verliefd. Of dat dacht ik toch.

Weken tot maanden heb ik over hem geblogd. Mijn lichaam ademde alleen hem dat ik soms vergat te eten. Maar op een gegeven moment sloeg de ‘gezonde’ verliefdheid over in ‘overdreven’ verliefdheid. Ik werd geobsedeerd. Ik noteerde wanneer hij pauzes nam en probeerde de mijne hier op in te stellen. Ik zocht zijn eindwerk op internet, zijn telefoonnummer, zijn geboortedatum,… Toen hij mij uiteindelijk ooit achtervolgde (of waar ik nog steeds vast van overtuigd ben) en op mijn vaste bank zat, sloegen mijn stoppen door. Ik was kwaad. Boos. Gefrustreerd. Hij, de jongen waar ik bezeten door was, kwam in mijn leefwereld binnen. Vanaf dat moment brak ik.

En hoe meer ik hem zie, hoe gefrustreerder ik mij begin te gedragen. Ik word nerveus, agressief en onsympathiek. Ik die er dan ook alles aan om hem te ontlopen. Mijn pauzes probeer ik anders in te stellen. Op het werk doe ik er alles aan om niet op zijn verdiep te moeten komen. En mocht ik er ooit moeten zijn, dan zal ik zijn gang negeren. En in het ergste geval vraag ik aan een collega om naar zijn verdiep te gaan.

Sinds een paar maanden durf ik eindelijk ook “zijn” bus te nemen. Ik heb het nooit gedurfd. Bang dat hij daar aan de bushalte zou staan. Maar sinds kort neem ik dus zijn bus. Aan de bushalte wachten is een hele belevenis op zich. Tot de bus niet daar is, heb ik geen zekerheid dat hij er niet zal opzitten. En elke keer opnieuw lijkt het wel of ik een marathan heb uitgelopen als ik mij op de bus bevind. En soms staat hij daar. En dan laat ik de bus voorbijrijden. “Ik neem de volgende wel”, denk ik dan. Met als risico dat ik mijn trein mis. Maar het zij zo.

Mijn obsessie gaat soms wel ver. Overal meen ik hem te herkennen en elke keer opnieuw stroomt er een ontzettend warme gloed van boosheid door mijn aderen. Want ik wil hem niet zien. Hij maakt mij ongelukkig….

Dus zoals ik al zei. Een obsessie is véél erger dan verliefdheid omdat het enkel en alleen maar miserie met zich meebrengt. Je bent nooit blij als je de persoon ziet. Hij maakt je niet gelukkig. Nee. Hij maakt je boos. Gefrustreerd en agressief.

En ik kan er niets aan doen.

En het ergst van al, he has no clue.

Want ik hou van hem. Maar dan op een zeer ziekelijke manier.

Gemis

Het moet al enkele maanden, ik durf zelfs niet te zeggen jaren, geleden zijn dat ik dit gevoel ervaren heb (alhoewel als je  Fantasie, Hij en Gemis leest). Ik verlang naar iemand. Om iets preciezer te zijn, ik verlang naar hem. Ik mis hem. Meer dan ik eigenlijk zou willen toegeven. Meer dan hij ooit zou kunnen denken.

Ik mis zijn handen. Zijn blik als hij naar mij kijkt. Het gevoel als ik met mijn handen over zijn kortgeschoren hoofd streel. Zijn onnozele opmerkingen. Zijn stem. Zijn mooie glimlach. Zijn bezorgdheid als ik weer eens niet wil eten. Zijn jaloerse ogen als ik hem vertel over de verleidingspogingen van wildvreemde mannen. Zijn lichaam. Zijn stoppelbaard die in mijn nek schuurt. Zijn opmerking “zie je we dat je het leuk vindt?” als ik hem weer wijsmaak dat ik die spieren maar niets vind, maar er stiekem toch aan kom. Zijn mailtjes. Zijn pogingen om met mij te kunnen afspreken. Zijn stuiptrekkingen als ik hem kietel. Zijn vingers die mijn tranen wegvegen. Onze nachtelijke autoritten van zijn thuis naar mijn thuis. Zijn hand die tijdens die rit op mijn benen liggen.

Ik mis hem.
Ik verlang zo naar hem.

Maar zo makkelijk smelt ik nu ook weer niet.

Wat als?

“Maar wat als hij het meent?”, stuurde mijn beste vriendin een paar dagen geleden via sms. “Dan heb ik een probleem”, wou ik haar terugsturen, maar ik kon me nog net bedwingen. “Wat als hij het echt meent?” weergalmde ondertussen al 50 keer in mijn hoofd. Wat als hij echt om mij geeft? Dat hij elk move dat hij deed, meende? Dat hij mij zoals hij zegt écht sexy vindt, graag bij mij is en mij écht graag aanraakt? Wat als hij die roos met Valentijn met liefde gaf en niet om mij in het bed te krijgen? Wat als hij elke keer vroeg om mij opnieuw te zien gewoon meende en niet om zijn weddenschap te winnen? Wat als hij mijn humor echt kon appreciëren en mij niet aan het uitlachen was? Wat als hij echt jaloers was toen ik hem vertelde over de toenaderingspogingen van de mannen op mijn werk en hij het niet speelde?

Wat als hij het echt allemaal meende?

Dan moet hij verliefd zijn.

Of ik.