De doos

De doos

Na het pakketje, hebben we nu het verhaal van de doos. Vandaag heel onverwachts ontvangen op het werk. Het was de vrouw van Securitas (de bank waar ik werk geraak je niet zo maar binnen), die mij vanachter mijn bureau wakker belde. Of ik eens dringend naar beneden wou komen. Zo gezegd, zo gedaan. “Dat is voor jou”, zei ze terwijl ze naar een immens grote doos wees. Compleet verward en nog half slaperig, stapte ik naar de doos toe. “Wie is je loverboy?”, vroeg ze mij. “Excuseer?”, zei ik. “Awel. Wie is je loverboy?”, vroeg ze mij opnieuw. “Niemand”, antwoordde ik kort. “Ah nee”, zei ze vroom. “Van wie zijn dan die bloemen?”. Heel even was ik in de war. Ik zag een doos. Geen bloemen. “Kijk eens goed”, zei ze. “Aquarelle. Dat zijn bloemen”, zei ze. “En ik heb tegen de man die deze doos heeft afgezet, gezegd, dat hij de volgende keer ook zoiets moest meebrengen. Voor mij”. Ik knikte, maar begreep maar half wat ze zei. “Wie is je lief? Kom. Biecht maar op”, zei ze. “Van wie zijn die bloemen?”, vroeg ze voor de zoveelste keer. “Ik weet het niet”, antwoordde ik half geïrriteerd. “Kijk dan in de doos. Er zal toch wel een kaartje inzitten, toch?”. “Ik hoop het”, zei ik zacht toen ik met de doos vertrok. Ik hoop het.

Eenmaal op mijn verdiep aangekomen, zocht ik een rustige plaats uit. Ik opende de doos en zag bloemen. 37 om precies te zijn. 37 geweldig mooie rozen. Helemaal in shock zocht ik zenuwachtig naar het kaartje. Ik vond niets. Mijn gedachten gingen alle kanten op. Zou de bos rozen van één van een van mijn verloren exen zijn? Een geheime aanbidder? Mijn obsessie? Heel even dacht ik dat ze van mijn broer waren. Hij is al een paar maanden op wereldreis en stuurt ons geregeld cadeaus die wij dan aan zijn vrienden moeten bezorgen. Zou het misschien voor één van zijn liefjes zijn? Of zou het misschien gewoon een vergissing zijn?

Er was geen enkel moment dat ik gewoon dacht dat ze simpelweg voor mij zouden kunnen zijn. Zonder bijbedoelingen. Van iemand normaal. Van een zeer tevreden klant. Een vrouw bijvoorbeeld.

Juist ja. Een vrouw. Waarom niet? De laatste tijd krijg ik ook aandacht van vrouwen. Heel abnormaal is dat niet. Op mijn werk zijn er zeker mensen die denken dat ik lesbisch ben aangezien ik niets (meer) over mijn liefdesleven vertel. Een mooie intelligente vrouw die nog geen vriend heeft is onmogelijk. In hun ogen. Tenzij ze lesbisch is. Dat is hun denkpatroon. En laat ze dat maar denken. En dat ik nu nog eens bloemen van een vrouw krijg, maakt het helemaal compleet.

De hele dag heb ik met een enorme smile rond gelopen. Het was al even geleden dat ik mij nog zo goed voelde. De laatste weken waren ontzettend donker. Zo donker dat ik uiteindelijk de stap heb gezet om naar de dokter te gaan. Deze heeft  mij wijselijk een paar wonderpillen voorgeschreven. Om kalmer te worden en iets gelukkiger. Al kan je in dit geval beter spreken van ‘neutraal’. Ik voel mij niet happy, noch unhappy. Ik voel me neutraal. En dat is vreemd.

Maar vandaag had ik geen nood aan wonderpillen.

Een boeket bloemen met 37 rozen was voldoende.

Het leven kan soms verdomd eenvoudig mooi zijn.

Kwaad

Kwaad

Kwaad. Dat is wat ik ben. Al zou furieus hier beter op zijn plaats staan. Ik ben razend. Op mijn werkgever en op mijn baas. Geef ik een gans jaar alles voor mijn werk, de agenten en onze klanten en krijg ik op de jaarlijkse evaluatie maar een “goed”. Heel het jaar geef ik mijn ziel. Mijn lichaam. Werk ik mij kapot. Vang ik het werk op van (profiterende) zieke collega’s die achteraf achter mijn rug tegen mijn baas zeveren dat mijn werk niet helemaal in orde is. Maar wat verwacht je dan? Dat ik perfect 2 voltijdse jobs kan uitoefenen? En als ik dan achteraf zelf ziek val door de stress, krijg ik te horen dat ik iets te veel ziek ben geweest. Excuseer? Ik ben exact 1 week ziek geweest. Kan je dat nog veel noemen? Maar mijn collega, die elke maand toevallig 1 maal in de maand migraine heeft en hiervoor geen doktersbriefje moet afleveren, kan ziek zijn zoveel hij wilt. Mijn andere collega, die om de 20 minuten een sigaretpauze van 10 minuten neemt, krijgt geen commentaar. Van werken lijkt hij zelfs allergisch te zijn terwijl ik avonden tot 18.00 zat te werken en pas om 20.30 thuis toe kwam !

Maar ik zeg niets. Ik lever geen commentaar. Ik doe mijn werk. En zelfs meer dan van mij verwacht wordt. En toch word ik hier niet voor beloond ! Nee. Sorry. Hier zullen ze later spijt van krijgen. Blijkbaar hebben ze nog niet door hoeveel werk ik verzet. Dat ik de enigste ben die de dienst iets of wat draaiende houd ! Zelfs van agentschappen krijg ik complimenten. Vorige week ontving ik zelfs nog (thuis weliswaar) een cadeau om mij te bedanken voor het schitterende werk dat ik lever. Ook klanten bedanken mij. Ik doe alles voor hen terwijl ik er zelf niet beter van word.

Nee integendeel. Ik krijg maar een fucking “goed” op mijn eindevaluatie.

Mij kan het allemaal niet meer schelen. Ik heb er genoeg van. In 2012 kunnen ze op zoek gaan naar een nieuwe medewerker want ik geef er de brui aan.

Klootzakken.

Oh ja. Gelukkig Nieuwjaar.

Ik wil niet

Ik wil niet

Hoe meer ik erover begin na te denken, hoe erger het wordt. Alles wat ik rondom mij zie, beangstigt mij. Het kopen van een auto en cello, op mijn eentje wonen, alleen op reis gaan,… Het zijn allemaal dingen die in de toekomst ooit moeten gebeuren maar om één of andere reden probeer ik ze elke keer opnieuw uit te stellen. “Een auto heb ik toch niet nodig. Ik kan toch alles perfect met het openbaar vervoer doen”. Hetzelfde liedje bij de cello. “Ik kan toch gewoon blijven huren? Zoveel geld. En ik ben maar een amateur. En hoe lang ga ik nog cello spelen?’. En zo kan ik wel even blijven doorgaan want alleen wonen brengt alleen maar negatieve zaken met zich mee, toch? Je moet alles zelf doen en betalen. Waarom zou iedereen anders zeggen om zo lang mogelijk thuis te blijven. Alleen maar voordelen, toch?

Maar ondertussen blijf ik langs de andere kant wel vloeken als ik vertraging heb met de trein waardoor ik mijn bus mis. Dat ik nog steeds niet op mijn eigen cello speel en dat ik nog geen eigen stek heb.

Maar ik wil het niet. Ik wil geen leven zoals de andere mensen. Ik wil niet nadenken. Ik wil geen zorgen. Ik wil mijn geld niet steken in een stomme auto waarmee je toch alleen maar in de file staat. Ik wil geen job tegen mijn zin doen. Ik wil geen vriend waar ik mij constant zorgen over lig te maken of waar ik constant ruzie mee heb. Ik wil geen gezin. Geen kinderen die ik elke morgen gehaast naar school moet brengen en waar ik een half uur vroeger moet voor opstaan. Ik wil ‘s avonds in de trein niet bespreken wat ik wil eten. Ik wil geen babysit liggen zoeken als ik met vriendinnen wil gaan eten. Ik wil geen boodschappen doen. Ik wil mijn bankzaken niet regelen. Ik wil niet achter nieuwe kleren liggen zoeken. Ik wil geen stress.

Verdomme.

Ik wil het niet.

Nee.

Energie

Energie

Als het van mij afhing dan lag ik een ganse dag onder de lakens en dekens in mijn bed. Weken. Zelfs maanden aan één stuk als het kon. Maar het is niet mogelijk. Het leven gaat door en stopt niet voor mensen die niet kunnen of willen volgen. Want veel heeft te maken met wilskracht. Je kan alles bereiken in het leven als je er tenminste werk van maakt. De energie die je hebt moet je optimaal gebruiken.

Maar wat als je geen energie hebt? Wat als je niet verder dan de mist kunt kijken en je niemand vertrouwt om hun hand vast te houden? Wat als je enkel energie verliest en niets genereert? Wat als het steeds donker blijft en niemand het licht opsteekt? Wat als je geen doelen meer ziet? Je geen moed meer vindt om door te gaan? Wat als het leven je geen moer meer kan schelen?

Mag je dan in je bed blijven liggen?

Schim

Schim

Ik kijk al jaren niet meer in de spiegel omdat ik bang ben voor wat ik te zien ga krijgen. Ik heb nooit van mezelf gehouden. Nooit. Noch van mijn lichaam als van mijn karakter. En dus creëerde ik maar een persoon waar ik mij kon achter verschuilen. Een emotieloze vrouw. Een ijskoningin. Zodat ik nooit teleurgesteld en gekwetst zou worden. In en door niemand.

In het begin was het een tijdelijke oplossing omdat ik jaren gepest werd. Toen ik na al die jaren van hen verlost werd, bleef het personage. Uit gemakzucht. En angst. Ik was bang voor wat ik achter het dik vel zou vinden. Ik was bang voor mezelf. Dat ik er na al die jaren nog steeds niet van zou houden. Maar hoe kan je van iemand houden zonder haar of hem te leren kennen?

Ondertussen zijn de jaren verstreken en verschuil ik mij nog steeds achter haar.

Ik ben niet wie ik ben. Ik ben niet hoe ik mij voordoe en ik ben niet hoe ik zou willen zijn.

Ik ben een schim geworden.
Van mijn eigen schaduw.

Muziektip 48

Muziektip 48

Samen hebben ze mijn hart al veroverd, maar apart kunnen ze evengoed voor dezelfde magie zorgen. De twee cello spetters van 2cellos.

Geniet van Kroaat Luka Sulic die samen met andere zeer goede cellisten de Concert-Polonaise van David Popper brengen. Let zeker op de gezichtsuitdrukking van de vrouwelijke celliste op 2’05″.

Ontzettend knappe Stjepan Hauser betovert mij dan met zijn sublieme versie van Oblivion van Astor Piazzolla. Word je niet gewoon super geil als je hem ziet én hoort spelen? Zo nee, let dan eens op zijn ademhaling !

Een leugen om bestwil

Een leugen om bestwil

Sinds Daan overleden is, probeer ik alles wat hij mij gezegd heeft in de praktijk te brengen. Eén van die dingen dat hij mij bijbracht, was om elke dag te proberen om iets goed voor iemand te doen. Want je krijgt pas iets terug, als je effectief iets gegeven hebt. En zo probeer ik elke dag iets te betekenen voor mijn medemens. Het is niet altijd eenvoudig en het lukt niet altijd, maar ik geef niet op! In het begin heb ik echt moeten zoeken naar dingen om iets te kunnen doen, maar beetje bij beetje ging het vlotter. Het ging met vallen en opstaan want niet iedereen wilt je hulp aanvaarden ! Ineens zag ik simpele dingen die ik vroeger gewoon voorbij liep. Een toerist met een plattegrond in Brussel vraag ik nu vriendelijk of ik hem kan helpen. Een oude vrouw help ik bij het lezen van de uren van de bus. Een verloren portefeuille breng ik netjes naar de politie. Ik luister naar de verhalen van een oude eenzame man. En ga zo maar verder. Maar elke dag opnieuw iets vinden, werd op een gegeven moment een hele uitdaging. Tot ik hem zag. Knappe blinde Geoffry.

Sommige mensen liepen hem gewoon voorbij, maar de meeste mensen hielden hem gewoon in het oog. Ze keken en bleven kijken. Zelfs tot ze een auto zagen aankomen. Niemand, maar dan ook echt niemand, hielp de blinde jonge knappe man. Ze bleven kijken en hoopten stiekem dat hij aangereden zou worden om hem dan te kunnen komen helpen. Bende idioten. Stomme egoïstische mensen.

Heel even behoorde ik die dag ook tot die groep mensen, maar uiteindelijk namen mijn benen na een paar seconden de overhand. Ze liepen naar de overkant van de straat, namen Amélie Poulain-gewijs de arm van de blinde beet, hielpen hem de straat over en lieten hem weer los in het treinstation. Na een paar keer hetzelfde scenario begon hij mij te “herkennen” en begonnen we te praten. Ondertussen zijn we een beetje ‘vrienden’ geworden en help ik hem indien mogelijk elke avond veilig de straat over te steken. Na een aantal maanden weet ik vanalles over hem. Zijn naam. Zijn leeftijd. Waar hij woont. Waar hij naar toe gaat. Welke muziek hij graag hoort. Etc.

Hij weet vannalles over mij. Mijn naam. Mijn leeftijd. Mijn beroep. Mijn favoriete muziek. Mijn lievelingsfilms. Er is maar één ding dat hij niet kan en dat is naar mij kijken. En dus polste hij een paar weken terug naar mijn uiterlijk. Ik vertelde hem de waarheid maar dat stond hem blijkbaar niet aan. “Ik hou niet van bruin haar”, zei hij mij. “Ok. Niet erg”, zei ik hem. “Ik hou van blonde vrouwen. Met dikke lippen. En rode lipstick.”, voegde hij er nog aan toe.

Sinds enkele weken heb ik in zijn wereld mijn haar geblondeerd. Ik was nerveus toen ik hem vertelde dat mijn haar nu blond was. “Echt waar?” vroeg hij mij alsof mijn leugen in mijn stem doorklonk . “Ja”, antwoordde ik hem. “Je bent vast heel mooi”, zei hij. “Heel mooi”, vertelde ik hem. Zijn handen gingen plots naar mijn lippen. “En je hebt zalige lippen”, zei hij zacht. “Zalige kuslippen”, fluisterde ik hem terwijl ik hem zachtjes losliet.

Sinds dat moment staat hij elke avond netjes op de blonde vrouw te wachten. Een kleine leugen. Om bestwil. Zodat ik er zeker van ben dat hij met niemand anders de straat over steekt en mij mijn goede daad kan ontnemen.

Doktertje

Doktertje

Je hoeft geen dokter te zijn om te beseffen dat ik de laatste dagen iets mankeer. Het zou me niet verbazen als ik weer een maagontsteking heb. In de afgelopen 2 jaar heb ik er al 2 gehad dus ik begin de symptomen stilaan te herkennen. Van de ene ben ik nog maar recent “genezen”. Naast de maagontsteking heb ik ook nog eens ontzettend veel last van mijn rug. Het lijkt er op dat iemand constant een mes in mijn rug prikt. Vervelend. Ik kan het u verzekeren. En daarnaast heb ik sinds kort een paar vreemde vlekken op mijn rug opgemerkt. Hoe lang ze er al zijn, weet ik niet. Dat ik ongezond ben, is duidelijk. Maar ik val nog liever dood dan dat ik een dokter moet bezoeken.

En dus wacht ik geduldig af.

Tot ik weer met hevige pijn naar de spoed moet of iemand doktertje met mij wilt spelen.

Kattenvrouw

Kattenvrouw

Ongeveer een jaar geleden gaf hij mij al de eerste waarschuwing. Vandaag was het de tweede keer. “Kijk maar uit. Voor je het goed en wel beseft ben je een 40-jarige eenzame vrouw omringd met 50 katten”. Ik keek hem vragend aan. “Ja. Hoe dat jij de mannen wegjaagt. Wat misdoen ze u toch, Alimonia?”. “Niets”, antwoordde ik lichtjes geïrriteerd. “Waarom wimpel je dan in godsnaam elke vent af?”. “Dat doe ik toch niet”, zei ik hem kordaat. “Natuurlijk wel ! Je geeft geen enkele man de mogelijkheid om je beter te leren kennen. Waarom doe je dat toch?”

Ik haalde mijn schouders op. “Weet ik veel”, zei ik zacht.

“Alimonia”, zei hij zacht, “als ik niet in een relatie zat, had ik jou al lang versierd. Je bent bloedmooi. Sexy. Grappig. Intelligent. Lief. Schattig. Eerlijk en je hebt een gouden hart. Maar je gedraagt je als een bitch. Waarom toch? Waarom doe je u anders voor dan je bent? Waarom geef je de mannen nooit een eerlijke kans?

“Maar ik geef hen een kans”, antwoordde ik hem. “Ja?” repliceerde hij. “Ja”, zei ik. “Alimonia, meid, je schiet ze al dood als ze naar je kijken”. “Moeten ze maar niet kijken” antwoordde ik vluchtig.

Hij lachte. “Alimonia toch. Straks ben je 40 en ben je nog steeds vrijgezel ! En jij verdient een man. Een goede. Want je hebt alles wat een man in een vrouw zoekt”.

Ik zuchtte. Keek hem kort aan en ging verder met mijn werk terwijl mijn gedachten afdwaalden.

Nog 15 jaar en dan ben ik een echte kattenvrouw.

Dus waarom zou ik mij zorgen maken?

Of ja misschien één klein probleem.
Ik haat katten.

Rome – Foto’s deel II

Rome – Foto’s deel II

Rome – Foto’s deel I

Rome – Foto’s deel I

Vakantieblues

Vakantieblues

Terug van Rome en het lijkt alsof ik nooit ben weg geweest. Alles is nog hetzelfde als toen ik vertrok. Slecht weer. Afgelaste treinen. Gehaaste mensen. File en een rommelige kamer. Ik lijk het nog niet te beseffen dat ik terug in België ben. Alles lijkt zo onreëel. Alsof ik nog lig te dromen en nog wakker moet worden. Niemand lijkt te beseffen dat ik 4 dagen weg ben geweest. Naar Rome. Op vakantie. Ik heb geen enkel nieuwe mail. Geen enkele sms. Niemand heeft aan mij gedacht. Niemand heeft mij blijkbaar gemist en niemand vraagt hoe mijn vakantie is geweest.

Ik heb nooit van vakantie gehouden maar ik vergeet elke keer weer waarom. Nu weet ik het weer. Het regelen van vakantie bezorgt mij puur stress (of denkt u dat ik die maagontsteking zomaar heb opgelopen?). Weken, zelfs maanden ervoor, begin ik mij al zorgen te maken. “Heb ik het juiste land en stad gekozen?”, “Heb ik wel de goedkoopste vlucht geboekt of had ik beter nog een paar dagen gewacht?”, “Gaat het hotel wel meevallen?”, “Gaan we aangenaam weer hebben of moeten we ons een ganse dag opsluiten in het hotel?”. En naast die onnozele vragen maak ik mij nog serieuze zorgen over de dagindeling en welke gebouwen/monumenten/kerken/… we zeker moeten bezoeken. 15 bladzijden met uitleg had ik voor deze vakantie voorbereid. Ik bespaar u de details om te zeggen hoeveel uren/dagen werk daarin is gekropen ! En waarom, vraag ik mij nu af? Ik heb alles gezien dat er in Rome te zien is. Elke kerk van binnen en van buiten. Elk belangrijk monument en straat. Ik weet waarschijnlijk nu meer van de geschiedenis dan de gemiddelde Romein. En waarom? Waarom?

Er was geen tijd voor ontspanning. Voor te genieten. We hebben gewandeld. Gecrost. Gelopen. Tijd die we verloren door te eten, hebben we ruimschoots ingehaald door elke morgend zeer vroeg op te staan.

Ik ben moe. Doodop. Mijn geest heeft te veel gezien maar voorlopig herinner ik mij niets meer van Rome. Ik lijk wel een black out te hebben. Mijn foto’s – 1322 om precies te zijn – zijn het enigste bewijs dat ik in Rome ben geweest.

En binnenkort kan u door ook van genieten.

Misschien zelfs meer dan ik heb gedaan.

Rome

Rome

Aangezien ik niet genoeg kan krijgen van de dagelijkse regen hier in België, besloot ik een reis te boeken naar Rome. En ja hoor, het is daar, net als hier, ook heerlijk aan het regenen !

Dus ik kijk er ontzettend naar uit.

Tot binnen enkele dagen.

Muziektip 47

Muziektip 47

De laatste tijd post ik iets te veel muziektips, maar ook deze parel wou ik jullie echt niet onthouden! Over de film zelf ga ik mij (hier) niet uitspreken, maar de muziek in The tree of Life is fenomenaal ! Vooral “Lacrimosa” van Zbigniew Preisner was het hoogtepunt van de film. Elke keer opnieuw ik dit meesterlijk nummer hoor, krijg ik kippenvel.

Laat je betoveren door de fantastische muziek en de mooie beelden !

Date

Date

Ik heb buikpijn. Deze keer is dit niet het gevolg van mijn ziekte, maar omdat ik bloednerveus ben !
Deze avond heb ik namelijk een date met één van de sexy mannen hieronder.
Hij heeft me trouwens zelf gecontacteerd en is vandaag “toevallig” in de omgeving.

En nee deze keer hoeft u niet op zoek te gaan naar een korreltje zout maar wel naar de juiste man !

Het gevaar van advertenties

Het gevaar van advertenties

Een tweetal weken geleden kreeg ik via mail een onschuldige afslankingsadvertentie in mijn mailbox. Nog voor ik het goed en wel besefte, had ik mij ingeschreven. Eenvoudig en kosteloos. Eerst moest ik een vragenlijst overlopen. Van hoeveel keer porties groenten ik at tot hoeveel smeervet, alcohol en aardappelen en graanproducten ik per dag nuttigde. Het algemene beeld was heel positief. Ik at voldoende groenten. Voldoende fruit. Ik dronk genoeg. En ik at niet te veel snoep en ik bewoog voldoende. Kortom ik had de perfecte BMI. Waarom ik dan 2 kg op 2 weken wou kwijtspelen, was voor het online-programma niet helemaal duidelijk. Maar voor mij wel. Ik had nood aan wat zelfvertrouwen en die paar kilo’s zouden echt wel voor het verschil zorgen.

Na 3 dagen was ik al 2 kg afgevallen. Al vrij snel kreeg ik een standaardmail van het bedrijf met de vraag hoe ik dit had klaargespeeld. Ik antwoordde hen direct. “Ik heb sinds een paar dagen geen hongergevoel meer. Het afvallen gaat vanzelf. Ik voel me goed!” schreef ik hen. Toen ik na een week 3 kg was kwijt gespeeld, ontving ik weer een mail. Deze keer een persoonlijkere mail van een één of andere Sandra. Ook deze keer vertelde ik haar de waarheid. Geen hongergevoel. Een paar minuten later kreeg ik via een mail de opmerking dat ik mij misschien best eens zou richten tot een dokter. Ik lachte, delete de mail en ging verder met mijn leven. Maar nog geen dag later kreeg ik ontzettende maagkrampen. Een paar dagen heb ik hier nog mee rondgelopen maar uiteindelijk heb ik mij naar de spoed moeten begeven. De pijn was verschrikkelijk. Onuitstaanbaar. En dat is niet eens lichtjes overdreven.

In het ziekenhuis waren ze vriendelijk. Te vriendelijk. Met 6 (!) vrouwelijke verpleegsters (waar waren die mannelijke verplegers?) stonden ze rond mij. Op een gegeven moment kwam er een vrouw naar mijn hartslag luisteren. Ze geneerde zich niet om gretig gebruik te maken om mijn borsten te betasten. Ik was te zwak om mij hier tegen te verzetten. Na een paar minuten kwam er ook een man mijn borsten betasten. Ik begon me af te vragen of ik wel duidelijk genoeg was geweest in mijn verhaal. Ik had toch maagkrampen. Mijn borsten waren toch perfect in orde. Toch? Na enkele seconden had hij dan toch de weg naar mijn buik gevonden. Na een paar levensbedreigende vraagjes zoals wat zijn uw hobby’s mevrouw Alimonia, werd de diagnose gesteld. Een maagontsteking. Alweer.

Met in de ene hand een paar pilletjes en in de andere een gepeperde factuur werd ik het ziekenhuis uit gezet. Ondertussen zit ik hier nu bijna al een week thuis. Gezellig, toch?  Ik ben 3 kg afgevallen en ik heb niets moeten doen !

Trouwens, iemand toevallig zin om mij te komen verzorgen?

Muziektip 46

Muziektip 46

Tot voor kort had ik nog nooit van Wende Snijders gehoord, maar dat is allemaal verleden tijd dankzij dit nummer. Sinds een paar dagen beheerst dit liedje mijn leven. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat luister ik non-stop dit nummer. De video moet ik ondertussen ook al minstens 50 keer gezien hebben. Ik ken elke beweging. Van zowel Wende als de muzikanten. Het originele nummer is al geweldig maar deze versie is nog 10 keer beter !

Geniet net zoals mij van het heerlijk nummer, de toffe outfits van de muzikanten en de ontzettend leuke videoclip.

Let ook vooral op de vioolsolo beginnende vanaf 3’23″ en die volledig losbarst op 3’43″.

Een zomerdag

Een zomerdag

Het was een aangename zomerdag waar ik hem voor het eerst ontmoette. Voor de deuren van onze school. Onze allereerste officiële date. Hoewel ik hem al een klein jaar in de mot had, had ik pas na talloze maanden de moed gevonden om effectief toenadering te zoeken. Al die stress was overbodig geweest want onze eerste date was een succes. Ik voelde mij overgelukkig en was ervan overtuigd dat hij de ware was. We genoten van elkaar en voor ik het wist lag ik met mijn hoofd in zijn schoot. De uren vlogen voorbij en ineens stonden zijn vader en broer voor onze ogen. Ze kwamen hem oppikken.

Het gezicht van de vader toen ik hem een afscheidsknuffel gaf, zal ik nooit nog vergeten. Je zag hem zo denken wat vaders altijd hopen. Een knappe schoondochter en een lieve toffe vriendin voor de zoon. Ik kreeg nog een lift aangeboden naar het station maar die sloeg ik vriendelijk, maar beleefd af. “Ik neem de bus wel. Die komt zo”, antwoordde ik. Er werd nog een tweede en derde keer aangedrongen, maar koppig verkoos ik de bus. Na enkele minuten wachten, werd het mij duidelijk dat er geen bus meer zou komen. Ik lachte. Het kon me allemaal niet schelen. Ik was te verliefd. Zonder veel nadenken, ging ik te voet naar het station. Een klein half uur goed doorstappen, kwam ik eindelijk aan in het station.

Na enkele minuten wachten, kwam mijn bus aan. Vrij snel werd ik benaderd door een jongeman. “wat een beauty ben je”, zeverde hij. Ik lachte en bedankte. “Heb je een vriend?” vroeg hij. “Ik weet het niet” antwoordde ik. Ik zweeg even en keek hem terug aan. “Ik weet het niet”, zei ik hem terwijl ik mijn schouders ophaalde.

Heel de busrit werd ik door hem lastig gevallen. Ik had beter gezegd dat ik iemand had, dan had ik deze miserie niet moeten meemaken. Maar ik was op dat moment te gelukkig om iets redelijk te denken.

Eén halte voor ik moest afstappen, verdween hij van de bus. Mijn nummer had hij niet gekregen. Wel mijn mooiste en breedste glimlach ooit want gelukkiger dan dat moment ben ik nooit nog geweest.

Oud en nieuw

Oud en nieuw

Aan jullie de eer om te raden welke GSM mijn oude was en welke nu de nieuwe is. Voor degene die het echt niet weten, heb ik een kleine subtiele hint op de foto verstopt !

Beide exemplaren heb ik trouwens gekregen. Ik kan geen geld geven aan een GSM. Daarom dat het ook zo lang geduurd heeft voor ik een nieuwe in mijn bezit had. Maar zo zie je maar, geduldig zijn, wordt soms beloond.

Vanaf nu ben ik altijd en overal online beschikbaar en kan ik jullie nog sneller van antwoord voorzien.
U heeft geen excuses meer om mij niet te mailen of geen reactie op mijn blog achter te laten.

P.S Nee ik heb ze niet gestolen van iemand !

Hallo Michel

Hallo Michel

Exact 1 jaar is Michel in dienst bij ons. En Michel zou Michel niet zijn als hij dit niet op gepaste wijze zou gevierd hebben. Met taart natuurlijk. Overheerlijke taart. Met gratis koffie of een andere drank naar keuze. Collega Michel werd vanaf het begin vrij snel aanvaard door iedereen. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend maar dat is het niet. Maar wij zijn een vriendelijke bank. Of die illusie geven we althans.

Michel, voorzien van snorretje en ouderwetse bril, ziet er niet alleen nerd-achtig uit, maar is het ook. Maar Michel heeft een hart van goud waar iedereen gelijk voor smelt. En dus is Michel sinds het begin enorm populair in de bank. Michel is een doodgewone simpele man. Ontzettend snel te manipuleren maar daar maakt niemand gebruik van. Toch niet in onze bank.

Dat hij bij de personeelsdienst werkt is een klein detail. Iedereen, maar dan ook echt iedereen wilt Michel te vriend houden. Je weet immers nooit wat er boven je hoofd hangt. En zeker niet in deze economische tijden. En dus is Michel nog populairder dan in het begin. En dat is niet te danken aan al zijn taarten die hij ons bezorgt bij elk mogelijke gebeurtenis. Nee. Enkel te wijten aan zijn gouden hart.

En dus overal waar hij passeert, wordt hij spontaan nageroepen. “goeiemorgen Michel”. “dag Michel”. “Smakelijk Michel”.

Michel heeft dan wel niet de looks noch de manieren van een Don Juan, hij heeft wel altijd een horde vrouwen rond hem.

Hoe doet hij het toch?

Puk

Puk

Nog 2 weken en hij was 15 jaar geworden. Maar het mocht niet zijn. Vandaag besloten we gezamenlijk om hem te laten inslapen. Onze hond. Al die jaren was hij een waardig familielid geworden, maar vandaag heeft hij ons verlaten. Hij is nooit mijn beste vriend geweest, maar toch huilde ik als een klein kind. Hoe vaak ik hem ook “stomme hond” genoemd heb, toch hield ik van hem. Wij hadden de pech om een asociale hond in ons bezit te krijgen. Hij hield niet van mensen. Hij hield niet van aanrakingen en hij hield al zeker niet van wandelen. Kortom, onze hond deed niets meer dan slapen, eten en drinken en af en toe achter de katten aanlopen in de tuin. Aangezien Puk niets deed (op het einde werd hij zelfs gepakt om hem in de tuin te zetten en gaven we hem één voor één brokjes), was zijn hart nog in volledig goede gezondheid. Hij zal zeker niet sterven door een slecht hart, had de dierenarts nog gezegd.

Maar zonet heeft hij zijn laatste adem geblazen. Ik heb het er nog moeilijk mee. Niet het feit dat hij dood is, maar wel het feit dat wij als mens die beslissing hebben genomen. Wat maakt ons zo superieur dat wij beslissen wanneer hij moet sterven? Wie zijn wij om te denken dat hij pijn heeft? Wie zijn wij om te denken dat dit “onmenselijk” is? Wie zijn wij om hem te laten dood gaan? Wie zijn wij om te zeggen dat hij een mooi leven heeft gehad? Wie zegt dat dit de beste beslissing was?

Zucht. Ik mis hem nu al. Al was het maar omdat hij niet meer zal blaffen terwijl ik cello speel. Al was het maar omdat hij niet meer in de weg zal liggen en we niet meer kunnen struikelen. Al was het maar omdat we niet meer in het midden van de winter met hem naar buiten zullen moeten gaan. Al was het maar omdat hij niet meer zal grommen terwijl we hem strelen. Al was het maar omdat hij niet meer zal snurken terwijl we tv kijken.

Puk, ik mis je, maar ik ben er zeker van dat je goede vriendjes met Daan zal worden.

Het ga je goed.

Zwarte monsters

Zwarte monsters

Ik heb ze altijd al gehad, maar nooit zo fel als vandaag. De monsters in mijn hoofd. Ik kan ze geen naam geven want ik ken ze niet. Ik heb ze nog nooit gezien of gevoeld. Maar ik weet dat ze er zitten. Van die lelijke zwarte monsters die mij al mijn gans leven terroriseren. Om de één of andere reden komen ze altijd tot leven op momenten dat ik mij gelukkig voel. Ze kicken erop dat ze mij kunnen breken op mijn sterkst. Ze wachten geduldig af en slaan toe op het moment dat ik het sterkst zou moeten staan. Ze bijten. Eén voor één. Het brokkelt allemaal af in mijn hoofd en in enkele seconden ben ik verdrietig. Down. Lichtjes depressief. En het gebeurt allemaal zo snel dat ik mij niet eens kan verzetten.

Want als ik mij zou kunnen verzetten, dan had ik ze al lang uitgeroeid. Het lijkt wel alsof ze mij niet gunnen om gelukkig te zijn. Ze ontnemen mij alles. Mijn gevoelens. Mijn geluk. Mijn leven. En waarom toch?

Elke keer opnieuw moet ik er tegen vechten. Maar het vreet veel energie. En ik weet niet hoe ze aan te pakken want ik ken ze niet. Zij kennen mij blijkbaar wel want ze overleven in mij. Ze kennen mij door en door. Vanbinnen en vanbuiten. Tot nu toe win ik altijd van hen. Maar ik betaal er elke keer wel een hoge tol voor.

Ik verlies liefde. Ik verlies  mezelf.

En dat allemaal door lelijke zwarte monsters die ik niet eens ken.

Druk(te)

Druk(te)

De laatste 3 weken draai ik een dubbele shift op het werk. Eén van mijn collega’s is onverwachts ziek gevallen. En aangezien ons team uit minder bestaat dan het aantal vingers op één hand, zit ik letterlijk en figuurlijk te verzuipen in het werk. Ik hou van mijn werk. Ik hou van stress. En hoewel ik zit te zuchten als de telefoon voor de 50ste keer rinkelt, mijn collega aan mijn mouw zit te trekken en ik ondertussen 5 zéér zéér dringende belangrijke dossiers snel moet afhandelen, geniet ik er stiekem toch van. Ik hou van die druk. Zeker als ik het allemaal in de hand heb. De laatste dagen verloopt het wat moeizamer door de vermoeidheid, maar ik blijf overeind. En dat is heerlijk.

Ik heb altijd van stress en drukte gehouden. Bij examens en presentaties was ik één van de enigste die met plezier naar die momenten uitkeek. Hoewel ik ontzettend verlegen ben, genoot ik met volle teugen van een presentatie. Ik was er dan ook telkens (zeer) goed voor voorbereid. Ik kende alles en er kon mij weinig tot niets gebeuren. Ik wist alles. Ik wist wat er van mij verwacht werd en slaagde dan ook (meestal) vlekkeloos in mijn opzet.

Langs de andere kant haat ik dan wel weer drukte. Een hoop mensen op één plein beangstigt mij. Om die reden ga ik ook niet graag naar festivals of concerten. Ik heb altijd het gevoel dat iedereen naar mij zit te kijken bij de minste beweging dat ik maak. En dus ga ik zelden naar een festival of concert. En als ik ga dan beweeg ik zo min mogelijk. Kwestie van zo weinig mogelijk op te vallen. Vaak krijg ik er opmerkingen over. “Hoe kan je nu niet bewegen bij muziek?”. Ik snap hun reacties wel. Maar ik kan mij niet loslaten. Ik kan niet genieten op een festival van muziek. En dus ga ik niet meer zo vaak. Het is geldverkwisting en achteraf voel ik mij keer op keer slecht omdat ik mijn geest weer laten winnen heb.

Maar vanaf het moment dat ik mij van de drukte kan verplaatsen, kan ik er wel van genieten. In de trein bijvoorbeeld. Er zit ook veel volk maar ik heb wel de illusie dat ik alleen zit als ik mijn ogen sluit en naar mijn muziek luister. Op die plaats kan ik mij (gelukkig) wel laten gaan. Dan bewegen mijn benen en armen op de muziek. Mijn handen bootsen elke solo na. Wat mensen van mij denken, boeit me op dat moment niet. Ik sluit mijn ogen en laat me meeslepen door de muziek. Van metal tot klassieke muziek. Hetzelfde voor treinstations waar ik mij op een rustige plaats zet en naar de drukte kijk. Daar kan ik van genieten. Zolang ik mij er mij er zelf maar niet in bevindt.

Op menselijk vlak verafschuw ik wel het woord “druk”. Daarom dat ik ook al (veel) te lang geen relatie meer heb gehad. Ik dumpte ooit mijn grootste liefde omdat ik niet meer met de druk om kon. Hoewel er op onze jonge leeftijd nog geen sprake was van druk, had ik toch het gevoel verstikt te worden. Niet door hem, maar omdat ik dacht dat er druk was. Je kan het ook wel eens bindingsangst noemen. Ik had schrik. Ik was bang. Bang dat ik het allemaal niet zou aankunnen.

De ingebeelde druk is er met de jaren niet op verbeterd. Daarom dat het mij nog minder goed lukt om een relatie aan te gaan. Van op kilometers afstand ruik ik al de druk. De druk om er goed uit te zien. Om goed te kunnen kussen. Om goed te zijn in bed. Om een leuke stem te hebben. Om lief te zijn. Om er sexy uit te zien. Om creatief te zijn. Enzoverder. Ik hou niet van die druk. Hoewel ik maar al te goed besef dat ik nooit perfect zal zijn (zoals niemand nota bene), wil ik toch  proberen om het beste uit mezelf te halen. Ik wil me smijten. Voor 200%. Aan een jongen waar ik van hou. Maar het is moeilijk om om te gaan met druk. En tot nu toe heeft de schrik van de druk het altijd gewonnen van de liefde.

Ik ben bang. Bang van de druk en dat ik het uiteindelijk niet zal aankunnen. Dat er een vrouw zal zijn die er beter uit ziet dan mij. Die beter kust. Die beter is in bed dan mij. Die een leukere stem heeft. Die liever is, sexier is en nog creatiever is dan mij. Ik ben bang dat mijn vriend dat ook zal merken en uiteindelijk er met die ander vandoor zal gaan.

En dus pas ik voor relaties. Voorlopig toch.

Ik ga eerst op mañana-leerschool in Spanje.

Muziektip 45

Muziektip 45

Omvergeblazen werd ik niet toen ik hem voor het eerst hoorde, maar ik was wel positief verrast. Steven Sharp Nelson geeft, misschien wel hét bekendste cello stuk, de Prélude van Johann Sebastian Bach een heel andere dimensie. Hij doet dit niet enkel voor klassieke stukken, maar ook voor hedendaagse nummers.

Geweldig geslaagd vind ik de cover van Adèle: Roling in the deep.

Bon. Smaken verschillen natuurlijk.

Verliefd

Verliefd

Het duurt nooit lang. Mijn verliefdheid. Een paar dagen, hooguit een paar weken maar nooit langer. Ik ben er iets te ‘slim’ voor. Ik besef maar al te goed dat verliefdheid maar een stof is. Endorfine. Ik ben er te realistisch voor. Ik ga niet snel zweven. Ik weet hoe pijnlijk de val kan zijn.

Ik geloof niet meer in het “ik hou van jou voor eeuwig en altijd”-verhaal en al zeker niet in het “jij bent de allermooiste van de hele wereld”-gedoe. Ooit geloofde ik er wel in. Zoals zovelen. Naïef dat ik toen was. Ook ik had ooit dromen, maar die heb ik vandaag de dag netjes opgeborgen. De realiteit is anders. Harder. Echter.

We zijn niet gemaakt om ons heel leven bij één iemand te blijven. Maar de media spiegelt ons dit wel voor. We proberen. Allemaal. Eén voor één. We geloven in de “ware” en trappen er één voor één in. Bijna iedereen faalt. Ofwel scheiden ze ofwel gaan ze stiekem vreemd. In beide gevallen hebben ze gefaald. Alleen is het in het ene geval duidelijker voor de buitenwereld dan het andere. Maar in beide gevallen zijn er gekwetsten. En dat allemaal omdat we verondersteld worden om ons ganse leven met 1 iemand te delen. In lief en leed.

Ik trap er allemaal niet meer in.

Geen verliefdheid meer voor mij. Enkel lust verpakt met een grote strik “verliefdheid”.

Onschuld

Onschuld

Ik moet een jaar of 10 zijn geweest toen ik door mijn ouders voor de eerste keer naar een typcursus werd gestuurd.  Bang en onzeker ging ik met mijn gloednieuwe typmachine naar de les. Aangezien de school niet ver van bij ons was, mocht ik alleen gaan. Na een paar weken les, bleek al gauw dat ik de ijverigste en beste leerling was. Ons huiswerk dat we meekregen, was altijd netjes in orde. Door mijn enorme inzet, ontving ik dan ook talrijke complimenten van de leerkracht. Een man van, ik schat, 40 jaar. Naargelang de prestatie ontving je sjieken. Je weel wel. Kauwgom. Ik kreeg er altijd 2. De medeleerlingen waren jaloers op mij, maar ik trok het mij niet aan. Tegen het einde van het schooljaar werd de beste leerling gekozen. Het was geen wonder dat ik dat was. Ik was blij en opgelucht maar langs de kant ook enorm nerveus. Nerveus omdat dit inhield dat ik aan de de nationale typwedstrijd moest meedoen.

Ik herinner mij de dag nog als gisteren. De leerkracht kwam naar mij en feliciteerde mij. “Proficiat en heel veel succes ! Het was heel fijn om zo’n goede leerling als jou in de klas te hebben”, zei hij mij. Trots liep ik naar buiten en wachtte op mijn mama. Zij had mij beloofd om mij na de les te komen halen. Na een paar minuten wachten en iedereen al verdwenen was, stond ik daar nog. Achter mij sloot de leerkracht de deur. “Sta je hier nu nog?”, vroeg hij mij. “Ik dacht dat ze mij kwamen halen” zei ik. “Ze zijn je misschien vergeten”, antwoordde hij. “Misschien”, zei ik terwijl ik mijn schouders ophaalde. “Zal ik je anders naar huis brengen? Je woont toch niet zo ver, eh?” vroeg hij mij. “Geen probleem.”

Zonder veel aarzeling stapte ik in zijn auto. Het voelde niet goed aan, maar ik verzette mij niet.

En toen reden we. Op een gegeven moment zag ik mijn mama en broer ontzettend hard rennen achter de auto. Ze schreeuwden. Riepen. Als gekken. Ik voelde mij zelfs een beetje beschaamd. Wat moest de leerkracht wel niet van mij denken? De auto stopte uiteindelijk. Ik wou uitstappen maar dat ging niet. Blijkbaar stond het kinderslot op. Ineens stond mijn mama naast de auto en gebaarde ze als een zottin dat hij de deur moest opendoen. Uiteindelijk deed hij dat. Ik stapte uit. Mijn mama nam mij vast en liet mij niet meer los. Veel zei ze niet. Enkele tranen rolden over haar wangen terwijl ze mij aankeek. “Kom we gaan naar huis”, zei ze mij terwijl ze mijn hand vastpakte.

Ik was te jong om te begrijpen wat er allemaal gebeurd was. Mijn mama was ontzettend boos op mij.  “Ik had je toch gezegd dat ik je kwam halen !”, riep ze mij een aantal keer toe. Ik begreep het niet. Ik weende. Op de achtergrond hoorde ik fragmenten van de tv. 1996. Dutroux was net gevat.

Zonder eten werd ik naar mijn kamer gestuurd.

Sinds die dag ben ik als persoon veranderd. Ik vertrouw niemand meer. Ik heb het ontzettend moeilijk met relaties. Ik ben niemands zijn bezit en zal dat ook nooit worden. Mannen verleiden en uiteindelijk weer afstoten voor ze één vinger naar mij hebben kunnen uitsteken, is mijn manier geworden om deze vreselijke dag te kunnen verwerken. Het is een gevoel dat uiteindelijk altijd de bovenhand krijgt. Ik wil revanche. Ik wil wraak.

Voor wat deze man mij ooit heeft afgenomen. Mijn jeugd.

Mijn onschuld.

Subtiliteit

Subtiliteit

Sinds ik een paar weken terug afgewezen werd door mijn obsessie, heeft mijn zelfvertrouwen een serieuze deuk gekregen. Al de zogezegd signalen die ik had opmerkt, bleken er uiteindelijk nooit geweest te zijn. Tot op heden denk ik nog steeds na over bepaalde situaties. De achtervolging bijvoorbeeld. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat hij mij aan het volgen was. Alhoewel. Misschien volgde hij iemand anders of was het gewoon allemaal puur toeval.

Hoe je het ook draait of keert, correcte antwoorden zal ik nooit krijgen. Hij wees me af en sindsdien gunt me geen enkele blik meer. Het is alsof ik iemand vermoord heb en hij mij verafschuwt. Veel vraag ik niet. Een paar antwoorden om mijn zelfvertrouwen wat meer op te krikken. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Sinds de pijnlijke douche waag ik mij niet meer aan het analyseren van versierpogingen van mannen. Ik begrijp er gewoon niets. Toegegeven, mijn versiertrucs zijn niet veel duidelijker. Ze zijn nog ingewikkelder. Mannen worden helemaal zot van mijn pogingen. “Ben je nu wel of niet in mij geïnteresseerd?” vragen ze mij dan uiteindelijk. Waarop ik hen meestal hartstochtelijk kus om hen de volgende dag een briefje “sorry” toe te stoppen en uit hun leven te verdwijnen. Tja.

Soit. Mocht één van jullie geïnteresseerd zijn in mij, laat het dan hieronder duidelijk (!) merken, want de tijd van subtiele spelletjes is voorbij.

Afschuw

Afschuw

Exact 1 jaar geleden stond ze naast mij. Een brok van 120 kg. Een operatie en een jaar verder weegt ze vandaag de dag nog maar 52 kg. Het is ongelooflijk maar waar. Zou deze persoon op tv zijn gekomen, zou ik haar zeker niet geloofd hebben. Maar deze keer heb ik alles met mijn eigen ogen gezien. Ik heb gezien hoe deze dikke vrouw transformeerde naar een magere en knappe dame. En niet alleen haar gewicht veranderde, maar ook haar zelfvertrouwen en de aandacht van mannen. Het was grappig om te zien dat deze vrouw vroeger (bijna) geen blikken ontving en de dag van vandaag ze de mannen van haar moet afslaan. Knapper dan mij kan ik haar moeilijk noemen, maar qua zelfvertrouwen staat ze wel een pak verder dan mij. En dat is het hem nu net. Ze straalt zoveel zelfvertrouwen uit dat ze meer blikken van mannen dan mij toegeworpen krijgt.

En daar draait het altijd om. De vrouwen die de meeste aandacht krijgen, bezitten het meeste zelfvertrouwen. Maar bloedmooi  zijn ze zelden. De mooie dure kledij en make up zijn maar een omhulsel.

Ik heb dat nooit gehad. Zelfvertrouwen. En daarom ben ik jaloers op haar. Een beetje maar. Ik ben jaloers omdat ze de troeven van haar sexy slanke lichaam durft uit te spelen. Dat ze jurkjes draagt. Ik ben zelden sexy gekleed. Hoewel ik  hier op mijn blog ontzettend zelfzeker en sexy overkom, ben ik dat in realiteit helemaal niet. Ik draag zelden bloesjes met een decolleté en als ik ze draag zorg ik ervoor dat mijn haar erover valt. Jurkjes draag ik enkel in de paskotjes van een winkel. Het staat mij meestal ontzettend goed, maar kopen doe ik het nooit. “Wanneer zou ik dat dragen?”, vraag ik mij dan af. Op feestjes vind je mij zelden en mocht je mij willen vinden zit ik meer op het toilet of in de hoek van de zaal. Ik hou mij liever afzijdig.

Ik kan me niets anders voorstellen. Ik heb me al jaren gewrongen in gemakkelijke en eenvoudige kledij. Een broek en bloes moeten goed zitten. Je loopt er tenslotte een ganse dag in rond. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik elk moment ga flauw vallen door gebrek aan zuurstof. En over kleuren wil ik niet te veel nadenken. Dus neem ik resoluut altijd naar zwart. Zwart is chique. Zwart past bij alles. En zwart wordt niet snel vuil. Kortom, zwart past perfect bij mij.

Maar het lost mijn probleem niet op. Door mij te verstoppen onder een paar lagen zwarte wol, ga ik zeker niet meer zelfvertrouwen kweken. Integendeel. Het lijkt erop dat ik nog meer als vroeger mijn lichaam begin te ‘haten’ en nog harder mijn best doe om het te verdoezelen. Enkel hier op mijn blog laat ik geregeld wat van mijn lichaam zien, maar deze foto’s zijn zorgvuldig gekozen uit 300 andere foto’s. In het echte leven verafschuw ik mijn lichaam.

Verafschuw ik mezelf.

De jobstudent

De jobstudent

Ik drink nooit koffie, maar de afgelopen 4 weken heb ik hier voor één keer een uitzondering op gemaakt. De schuldige in dit verhaal is de jobstudent die zich in de buurt van het koffiemachine bevond. Vanaf het eerste moment dat ik hem had opgemerkt, was ik verkocht. Ik zocht een excuus om verschillende keren onopgemerkt langs zijn bureau te wandelen, en vond die ook. Koffie drinken. “Drink je nu ineens koffie?” vroegen mijn collega’s geïnteresseerd. “Jup”, zei ik kortaf. Geregeld wouden ze mij trakteren op een koffietje, maar dat sloeg ik altijd vriendelijk af. “Een beetje beweging kan geen kwaad”, gebruikte ik als excuus. “Dat klopt”, antwoordden ze opgelucht. “Dat komt ons toch goedkoper uit”, zag je hen al denken.

Ofwel viel ik ontzettend hard op ofwel verveelde hij zich mateloos, maar elke keer ik voorbij zijn bureau passeerde, keek hij op. Hij lachte. De ene keer wat schattiger dan de andere, maar elke keer opnieuw smolt ik. Het moeten zijn ogen zijn geweest. Of zijn schattige mond. Ik weet het niet. Maar de jongen kon mij zo’n goed gevoel bezorgen dat ik er bijna schrik van kreeg. En toch trok ik het voor één keer niet aan. Sinds ik onlangs afgewezen werd door mijn (ex)obsessie, behoort het flirten nu tot mijn dagelijkse taak. Ik profiteer nu van elk moment. Ik denk minder na. Ik flirt. Ik geniet. Ik leef. De fout om twee (!)  jaar achter iemand te lopen, zal ik niet meer maken.

Na enkele weken heen en weer geflirt, probeerde ik wat meer informatie over deze jobstudent te bemachtigen.  De vrouwelijke jobstudente van onze afdeling was daar het perfecte middel voor. En bij gebrek aan werk, gaf ik haar dan maar deze opdracht. Vrij snel kwam ze met de nodige informatie. Hij heette Matthias en was een jaar jonger als haar. Heel even verslikte ik mij in mijn koffie toen ik bij het getal 18 (sinds een maand!) uitkwam. Ik probeerde uiteindelijk mijn geweten te sussen met het feit dat hij er wel vrij volwassen uitzag voor zijn leeftijd. Onze jobstudente kreeg vrij snel door dat ik interesse begon te kweken voor Matthias. Geregeld werd ik dan ook plagerig uitgescholden als “pedofiel”, maar ik trok het mij niet aan. Matthias maakte mij een paar keer op een dag ontzettend gelukkig en ik genoot met volle teugen van de aandacht die ik van hem kreeg.

Dankzij de connecties van onze jobstudent bij de personeelsdienst, had ik na een paar weken ontzettend veel informatie over Matthias verzameld. Beetje bij beetje werd ik erg geïntrigeerd door hem. Het beangstigde mij zelfs op een bepaald ogenblik.

Op zijn laatste werkdag, probeerde ik nog zoveel mogelijk over Matthias te weten te komen. Uiteindelijk vernam ik dat Matthias de broer is van mijn (ex)obsessie. Verbouwereerd stond ik aan de grond genageld. Tot op de dag van vandaag ben ik er nog niet goed van. Hij had inderdaad dezelfde blik als hem en net als mijn (ex)obsessie intrigeerde hij mij enorm.

“Je zou beter achter de broer jagen” riep één van de dames van de personeelsdienst op een gegeven moment naar mij. “Ja misschien” antwoordde ik.

“ja misschien” herhaalde ik nog één keer toen de deur achter mij sloot.

Ze zouden het eens moeten weten.

Saaie werkdag

Saaie werkdag

De zwarte man die de schoolkinderen helpt oversteken, wuift op mij. Ik lach en wuif vrolijk terug. Morgen zie ik hem weer. Moslimvrouwen stappen al lachend de bus op met hun veel te grote buggy’s. Er is bijna geen plaats maar ze maken zich niet druk. Een oud vrouwtje stapt op. Een jonge man staat spontaan zijn plaats af. De dame knikt beleefd. Kinderen lopen kris kras de straat over. Een man in maatpak en splinternieuwe BMW kan hen nog nipt ontwijken. Hij vloekt en steekt zijn vuist op. De kinderen lachen en wandelen verder. Een sirene. De politie passeert. Auto’s proberen plaats te maken. De bus blokkeert even de weg. De buschauffeur jaagt zich op. Mensen houden nauwkeurig hun uurwerk in het oog. Door het raam zie ik een trotse vader met zijn kroost lopen. 3 kleine jongens. Ze blijven in een straal van 2 meter rond hem. De vader glundert. Hij draagt de boeketasjes van zijn zonen op zijn rug. Mensen beginnen te zuchten. Weer rood licht. Een vrouw in een rolstoel staat te wachten aan een zebrapad. De bus laat haar over. Nog meer gezucht. Een groepje jonge kerels lachen de vrouw uit. Niemand doet iets. Een gsm gaat af. Niemand reageert. Gsm gaat nog een keer af. De vrouw in kwestie wordt rood. Ze antwoordt. Luid en duidelijk. Een saai gesprek tussen 2 zussen. Ik zet mijn muziek luider. Sluit mijn ogen en geniet. Ik voel iets. Ik verschiet. Een kleine jongen probeert mij te irriteren met zijn speelgoedcamion. Hij slaagt in zijn opzet. De mama merkt niets op. Ze is te druk in gesprek.

Ik duw op de bel.
De bus stopt.
Ik stap uit en wandel naar mijn werk.

Alweer een saaie werkdag.

Muziektip 43

Muziektip 43

Adèle is tegenwoordig erg hot. Ze heeft dan ook en paar schitterende nummers geschreven. Vooral de live-versie van someone like you is geweldig. Ook set fire to the rain is een geweldig nummer. Maar genoeg nu over Adèle. Deze kerel covert laatst genoemd nummer van Adèle en dat doet hij voortreffelijk ! Al moet ik toegeven dat hij ontzettend pretentieus overkomt in de video. Vergeef hem, sluit je ogen en geniet want enkel goede nummers blijven overeind in covers.

Lesbisch

Lesbisch

Uit angst voor vreemde reacties heb ik het jullie nooit durven zeggen, maar eigenlijk ben ik voor de vrouwen. Of beter gezegd lesbisch. Ondertussen heb ik al 2 jaar een vaste relatie met iemand. Meestal met ups, maar soms ook met downs. Maar vanaf het eerste moment dat ik haar zag en hoorde, was ik volledig verkocht.  Ze is niet alleen bloedmooi maar begrijpt mij daarbovenop nog eens volledig. Ik hou van haar zoals ik van niets anders heb gehouden en zal kunnen houden. Maar toch besef ik dat ze nooit de mijne zal worden. Ooit zal ik haar moeten afgeven aan een wildvreemde.

Het gebeurt wel eens dat als ik haar zie direct zin krijg. Dan sluip ik achter haar en betast ik haar op de meest onverwachtse momenten en plaatsen. Met mijn borsten duw ik dan haar rug dicht tegen mij aan. Uren kan ik zo wel blijven zitten. Ze is zo zacht. Ik hou van haar wispelturig karakter dat samen met mijn karakter nogal eens voor vonken durft te zorgen.

De mensen die ons kennen of ons zien lopen zijn vaak jaloers op ons. We lijken niet alleen een perfect verliefde duo, we zijn ook perfect gelukkig met elkaar. Eerlijk gezegd, een leven zonder haar zou ik mij niet meer kunnen inbeelden. Ze is bloedmooi, heeft brede heupen, een licht bruin kleurtje en in discussies krijg ik altijd het laatste woord. Ze is perfect !

Kortom, Ik hou van haar met heel mijn lichaam, maar wat vinden jullie van haar?

Warme gloed

Warme gloed

Het sijpelt langzaam naar binnen. Als een warme gloed betreedt het mijn lichaam. Ik voel me angstig maar verzet me niet. Mijn lichaam is deze warmte niet meer gewoon. Fysiek geef ik mij over. Geestlijk niet. Mijn geest houdt mij nog steeds onder controle. Ik geniet, maar niet zoals het zou moeten. Maar ik maak me geen zorgen. Het ligt niet aan hem maar enkel aan mezelf. Ik heb me immers de laatste jaren aangeleerd om te genieten van pijn. Het is moeilijk om een ommekeer te maken.

Na enkele minuten verliest mijn geest uiteindelijk de controle en sla ik een gil van opwinding. “Wat voelt dit toch heerlijk” denk ik bij mezelf.

Verliefd zijn.

Verdwenen blazer

Verdwenen blazer

Zoals ik eerder al vermeldde ben ik sinds een dikke maand mijn dierbaarste blazer verloren in de trein. Een combinatie van het in slaap vallen en het flirten met mannen. Ik weet het niet. Maar één ding is zeker: mijn blazer is weg. Aangezien de NMBS even snel werkt aan de talloze vertragingsproblemen als het op zoek gaan naar mijn blazer besloot ik het heft in eigen handen te nemen. Bang om mensen aan te spreken heb ik niet (het zal eerder andersom zijn!) en dus wachtte ik geduldig tot ik de man terug tegenkwam die op de dag van de grote verdwijntruc tegenover mij zat. Ik herinner hem mij nog levendig. Hij had super mooie blauwe ogen en was heftig in gesprek met een vrouw over één of andere trouw. Van de vrouw herinner ik mij niets meer, dus het was afwachten tot ik die knapperd terug tegen kwam.

Na enkele weken kwam ik eindelijk (oef!) terug tegen. Ik sprak hem aan en legde hem op een rustige manier uit wat er gebeurd was. “Sorry, maar ik herinner mij daar niets meer van. Tja, sorry. Ik kan u zelfs niet meer herinneren”, zei hij een beetje beschaamd. Ik knikte en begreep het. “Maar ik zal het aan het meisje vragen waar ik in gesprek mee was”, voegde hij er nog aan toe. Nog geen paar dagen later kwam hij weer tegenover mij zitten. Ik verwachtte een vriendelijk knikje, maar zelfs dat kreeg ik niet uit zijn hoofd geschud. “Maakt niet uit”, dacht ik bij mezelf terwijl ik mijn muziek wat harder zette. Na een aantal minuten begon mijn nieuwsgierigheid weer de kop op te steken. Ik zette mijn muziek stiller (lees: volledig stil) en luisterde hen af.

Op een gegeven moment begon de jongen over mij te praten. Dat hij onlangs was “benaderd” door een vrouw (heb ik het woord ‘knap’ gemist?) voor een verloren voorwerp. Een jas ofzo. Hij begon het hele gesprek dat ik met hem had gehad na te vertellen. Het voelde heel vreemd aangezien die jongen gewoon over MIJ aan het praten was en hij dat blijkbaar niet door had. Een enorme gloed van warmte steeg naar mijn hoofd. Gelukkig was het warm, zodat ik mijn roodheid daarop kon steken, maar toch. Het leek alsof ik onzichtbaar was ! Had hij nu echt niet door dat ik het was? Of was het een test om te zien of ik af aan het luisteren was?

Hun gesprek over “mij” ging een aantal minuten door. “En is ze dan geen aangifte gaan doen?”, vroeg het meisje. “Ja, ze zei van wel, maar ja”, antwoordde hij.  Het meisje zuchtte. “Ik leg mijn spullen nooit bovenaan”. “Ik ook niet”, wou ik zeggen, maar ik kon me nog netjes bedwingen. Ik had nochtans veel zin om mijn frustraties op hun af te reageren. Natuurlijk heb ik aangifte gedaan. Natuurlijk heb ik iedereen keurig in het oog gehouden om te zien of ze niet met mijn blazer rondliepen. En natuurlijk heb ik de NMBS al 10 x opnieuw gebeld om te vragen of ze mijn mooie blazer niet gevonden hadden. Natuurlijk. Wat dacht je anders?

Soit. Ik heb altijd al wel onzichtbaar willen zijn, maar dit was wel heel freaky !